We zijn vrijwel direct naar Maunga Terevaka gereden, oftewel de vulkaan Terevaka. Het is de hoogste en grootste vulkaan van Paaseiland, met een hoogte van 507 meter. Volgens de berichten is hij lastig te beklimmen, maar dat viel wel mee.
Het was best een aardige klim, zowel voor de kuiten als wat het uitzicht betreft. De hellingen zijn vooral met gras, struiken en lage bomen begroeid. Her en der zwerven kuddes koeien of groepjes paarden, maar die maken al benen als je in de buurt komt. We hebben de krater net niet bereikt - het begon wat te regenen, en het landschap veranderde niet zo spectaculair dat we besloten terug te gaan (lees: het werd wel een beetje saai....).
Na vijf kwartier stijgen en drie kwartier dalen waren we weer bij de auto.
We hebben ook nog wat moai bezocht die we gisteren niet hadden gezien. Nu hebben we wel zo´n beetje alle moai gezien die er te zien zijn, of beter: aangegeven zijn op de vele kaarten die we hebben. We zijn er zelfs meer tegengekomen dan aangegeven op de kaartjes! Ook zijn we nog bij een mijn geweest waar een aantal (deels afgemaakte) hoeden lagen, van rood vulkanisch gesteente, die nog op de moai geplaatst zouden moeten worden, maar nooit de mijn verlaten hebben. Geinig.
We hebben vooral op onverharde paden gereden met de auto, van rood zand of gravel. Er staat behoorlijk wat wind, soms in de rug, dus een deel van de reis hebben we steeds het stof voor de ogen gezien wat we zelf met de autobanden opwarrelden.
De vergezichten zijn nu en dan prachtig. Een en ander doet, voor de kenners, denken aan de Auvergne in Franrijk, maar dan omgeven door de zee. Het landschap is sterk glooiend, met hier en daar een krater. Werkelijk erg mooi. Hoewel er toch met ons honderden toeristen zijn aangekomen op Rapa Nui, kom je er maar nu en dan een paar tegen. Heerlijk om even in alle rust bij te komen van alle avonturen in de weken hiervoor.
Gisteravond hebben we overigens gegeten in een restaurant(je) dat in alle boeken wordt aangeprezen, La Taverne du Pecheur. Het wordt gerund door een Frans echtpaar; zij staat in de keuken, hij (even dik als lang en breed) neemt op en bedient. De man is erg onsmakelijk, bot, en heeft nimmer ongelijk.
De maaltijd was inderdaad erg lekker. Omdat deze papzak alles alleen wil doen in de zaak, loopt een en ander echter steeds in het honderd, zeker als het wat te druk wordt. Op een gegeven moment liepen klanten weg, omdat ze al lange tijd gezeten hadden met de kaart, maar de bestelling werd niet opgenomen...
Enfin, wij hebben morgenochtend nog de auto. Dan gaan we naar Orongo, een oud verlaten stadje. Er is daar één en ander te doen, zoals petroglyfen bekijken en de vogelmancultuur. Hoe dan ook, wij berichten weer, ijs en weder diendende, in de volgende blog.
Ciao ciao!

.jpg)

